woensdag 4 juni 2014

Swaziland

Zó ben je gepensioneerd en woont rustig in Brokeze, en zó ben je weer aan het werk aan de andere kant van de wereld: in Swaziland. Wie het weet te liggen mag zijn vinger opsteken.
Iedereen weet dat je het als gepensioneerde te druk hebt voor hobby’s, maar nu ik weer aan het werk ben heb ik af en toe weer eens tijd voor mijn Roets in Lottum.
Ik schreef de vorige keer al dat Jeu Stökers ook veel oude Lottumse woorden en uitdrukkingen verzameld heeft. Ik ben er nog niet toe gekomen om ze allemaal te noteren, maar hier komen er alvast een paar:

Floetere                             opscheppen
Sletje                                 verbandje
(unne) Gas                         8 schoven (gerven) tegen elkaar aan rechtop gezet, een aantal
Rò~f, röfke                        korst van een genezende wond
Zeech                                 kortstelige zeis
Zeeg                                   tam, zachtmoedig
Uëj                                     verlegen, bleu, tam
Triezele                             rillen, trillen, stuiteren
Moets                                 korstje, kontje van de wek
Flimp, flint                         aanmaakhoutje
Verkeskiëbus                     varkenskop
Zeumere                            aren rapen na het maaien
Zauwel                               koffiedrats
Onbenirlijk                        onbarmhartig, ontiegelijk

Bij “sletje” moet ik eigenlijk aan iets anders denken, maar Jeu zijn roets zijn veel Lottumser dan de mijne, dus hij zal zeker gelijk hebben.
“Unne gas” kende ik wel als “een aantal”, maar Jeu wist de eigenlijke betekenis. In de 50-er jaren werd het koren nog met een maaibalk gemaaid en viel dan los op de grond. Vervolgens werd het met de hand in gerven bij elkaar gebonden en met acht gerven tegelijk rechtop tegen elkaar gezet om te drogen. En die acht gerven heten “unne gas”.

En hier nog een paar die me zelf zijn ingevallen:
Knats                                 helemaal
Umtrekke                           omkleden
Trekke                               tochten
Klender                             vergrotende (verkleinende?) trap van klein
Immes, émus                     iemand
Zaal                                   zadel
Krötje                                klein kindje, kleine mens
Oetschoebe                       de les lezen, uitschelden

En voor het lijstje Lottumse namen:
Bosser, Bosser Jan            Fam Thissen, Jan Thissen

maandag 16 september 2013

Jeu

Vorig jaar ben ik gepensioneerd en na een jaar luieren wordt het weer eens tijd voor de belangrijke dingen in het leven: het verzamelen van Lottumse woorden. En daar heb ik hulp bij gekregen. Ik kwam er achter dat er nog iemand is die daar in geïnteresseerd is, een oude klasgenoot nog wel: Jeu Vergeldt, van Stökers van achter de kerk. Hij is geëmigreerd naar Broekhuizenvorst, maar hij verzamelt net als ik oude Lottumse woorden en uitdrukkingen. Alleen zet hij ze niet op het internet, maar schrijft ze op in boekjes en op losse blaadjes. En vervolgens stopt hij die ergens weg en vergeet waar hij ze gelaten heeft.

Maar na een paar weken zoeken is alles weer boven water gekomen en binnenkort gaan we zijn woordenschat hier eens publiceren.

Maar nu eerst nog eens een paar die me zelf zijn ingevallen of die ik in Lottum heb opgevangen.

Schárre                     krabben, scharrelen

Vreute                      wroeten

Poerikke                   wroeten

Gen erg hebbe in       niet in de gaten hebben

Proe~m                       plotselinge hoeveelheid

Nì kunne lieje              niet uit kunnen staan

Tómp                          stuk, hoekvormig perceel grond

Jasse                         slaan, houwen

Rulse                       kuiten, stoeien

Knóddele                 knoeien


Schárre,  is wat de kippen met hun poten doen in de grond.

Vreute en poerikke is wat mensen met hun handen doen, ook in de grond. "Ós mam zit in d'n hò~f te vreute", zei mijn nicht Ankie Versleijen pas geleden tegen me.

Erg: Ik haj d'r gèn erg ì dát 't al elf oor waas.

Proe~m: de normale betekenis is pruim, maar je kunt ook "'n proe~m gas gaeve".

Nì kunne lieje: ik kán 't nì lieje dát ik alwir vá Jan verloare heb. Of: ik heb dè Jan noeit kunne lieje.

Tómp: Sraar woeënt op den tómp tussen Jansen en Pieëters.

Jasse: ik heb um d'r 'n paar in zien gezeech gejast.

Rulse: "doa kunde baeter mej rulse daan mej vechte" hoorde ik Leo vd Laak onlangs zeggen.

Knóddele: Mientje, aet ow pap op, zit doa neet zoeë mej knóddele.

zondag 9 december 2012

Hovèrig

Zo af en toe ontvang ik nog wel eens een reactie op mijn Roets blog, soms ook uit exotische oorden ver buiten Lottum. Van Gerry Heldens bijvoorbeeld, uit Veulen, die op 9 oktober o.a. schreef:


Mijn ouders zijn Drika Broekmans en Toën Bovée. Mijn moeder is dus een zus van Broekmans Toën ………Toen ik de Lottumse woorden zag moest ik gelijk denken aan vintwater. En jawel het staat erop. Mijn moeder leeft nog, ondertussen 101 jaar, maar verblijft sinds 10 en half jaar op de PG afdeling in Beukenrode Venray. In het begin vroeg een verpleegster aan ons wat vintwater was, daar had onze moeder naar gevraagd en in Venray hadden ze daar nog nooit van gehoord. Gelukkig wisten wij dit wel!

Ik kwam het woord hofpadsoep tegen. Dit blijkt een woord van Oma Broekmans te zijn geweest. Ook haar kwam ik tegen in de zin van de oude moeder Broekmans met de toer. Zij heeft de laatste 5 jaar van haar leven bij ons thuis in Veulen gewoond. Zij was toen dement en als ze naar “huis” wilde vroeg ze altijd naar de toer en het rijtuig.



Enkele dagen na dit bericht overleed Gerry’s moeder.

Verder schreef ze:

De bijnamen kwamen ook bekend voor. Eén naam staat er niet bij, van de Fam. Thissen: Bosser Jan. Voornaam weet ik niet zeker, vraag ik na want 2 zussen van mijn moeder, 91 en 88 jaar, leven nog en zijn niet dement! In het gezin Thissen waren de meesten ongehuwd en zijn na de oorlog verhuisd naar Veulen. Het waren goeie kennissen van mijn ouders. Hun ouderlijk huis zal beslist onder monumentenzorg vallen. Richting Grubbenvorst, weet niet of het nog Hoofdstraat is, voor einde bebouwde kom, aan de rechter kant, staat dit huis met een hoek dicht bij de weg, dus schuin. Het is lange tijd een bouwvallig huis geweest.


Van mijn moeder weet ik dat de bijnamen gekoppeld zijn aan de bijnaam van het huis. Keltjens was Bouwmansplats. Broekmans heette Muizersplats. Héél vroeger zal op huis van Broekmans ene Muizers gewoond hebben. Dat zou wel eens kloppen want ik onderzoek veel op de site van de geneaologie en kom via v. Lipzig uit bij Muizers-Jonkers.


Of het volgende woord Lottums is weet ik niet maar mijn moeder gebruikte het woord: hovèr. Als iemand het hoog in zijn bol heeft, zal wel van een frans woord komen. Of nog uit de tijd van de Ursulinen, waar regelmatig franse woorden werden gebruikt.


Sindsdien hebben we een paar keer berichten en foto’s uitgewisseld, en op 25 november schreef ze:

Vanmorgen was de 6 wekendienst voor mijn moeder en zijn 2 tantes, Mia en Ietje Broekmans, bij ons geweest. Het woord hovèr kenden ze allebei! Hoverig kon ook en betekent groots. (“Groëts, op z’n dialect.) (PvG: ik vertaal het als "verwaand")
Bosser was de bijnaam voor de fam. Thissen. In die tijd Bosser Jan. Het huis was destijds van de Borggraaf. Dat laatste wist ik niet. Als ik deel 3 (van Historisch Lottum In Beeld) ga ophalen in Lottum zal ik naar het huisnummer kijken en doorgeven dan weet je welk huis ik bedoel. Ik vroeg nog waar de naam vandaan komt, wisten ze niet. Misschien vroeger in een bos gewoond??

Natuurlijk heb ik jouw website doorgegeven aan 2 nichten en nu kunnen ze met hun moeder voor de computer gaan zitten. Heb hun verteld over de bijnamen en de Lottumse woorden.

Leuk toch dat de oudjes van 89 en 91, bijna 92, voor de computer gaan zitten en gaan lezen over vroeger.



Van Gerry uit Veulen dus weer een nieuw woord:

Hovèr /hovèrig – verwaand, hoog in de bol.

Ik denk dat het het ABN woord "hovaardig" is en als je de betekenis daarvan opzoekt in het woordenboek dan vind je dat hovèrige mensen: aanmatigend, arrogant, hautain, hooghartig, hoogmoedig, neerbuigend, trots, verwaand, zelfgenoegzaam, zelfingenomen zijn. Fijne mensen dus. 


En ook een nieuwe verlottumste naam:

Bosser Jan – Jan Thissen

vrijdag 28 september 2012

Weer thuis

Ik weet niet of het iemand is opgevallen, maar ik ben er weer: op 2 juli met vrouw en dochter neergestreken in Brokeze, in het huis dat ik in 1979 al gekocht heb. Pensioen. Vrijheid. Dat dacht ik tenminste, lekker genieten van de vrije tijd, maar in werkelijkheid heb ik het bijna drukker dan ik het ooit met werken heb gehad. Er is een hoop te doen en te regelen als je 20 jaar weggeweest bent. Maar het is een goed gevoel om weer thuis te zijn. Ik heb genoten van de vele verre landen waar ik gewoond heb en die ik bezocht heb, maar Lottum (en omgeving) is voor mijn gevoel toch altijd “thuis” gebleven.

En nu ik weer bovenop de bron zit, heb ik weer een paar nieuwe woorden, zelf herinnerd of aangedragen.

Nut / nutzak, nutterik – slecht, kwaad, gevaarlijk / slechterik
Kwojje – slechte (meervoud: kwoj)
Stanketsel – hek, afrastering
Kuus – breed geschouderd, atletisch type
Loerie~zer – bril
Pinkele – ’n soort kinderspel
Bokstevast – bokspringen, waarbij een rij “bokken” in de lengte achterelkaar staan
Kuulkedrolle – ’n soort kinderspel
Krab – scheur, spleet

Nut: een hond kan bijvoorbeeld nut zijn. Of een buurman kan een nutzak zijn.

Kwojje: als je een emmer appels geplukt hebt zitten er lichtig een paar kwojje bij.

Stanketsel: nooit gehoord dat woord, maar volgens Frans Gommans is dat Lottums voor afrastering.

Loerie~zer: bril (met dank aan Ger Versleijen)

Bokstevast, pinkele en kuulkedrolle: nooit van gehoord. Ik heb ze van Frans Seuren. Pinkele doe je met een stuk hout van 20 cm lang en 3 – 4 cm in diameter, maar ik ben vergeten hoe het gaat. Ook de spelregels van kuulkedrolle ben ik vergeten, dus dat moet ik Frans nog eens vragen.

Krab: scheur; maar een bepaald vrouwelijk lichaamsdeel kan blijkbaar ook zo aangeduid worden. Een kennis uit Melderslo beschreef me een keer hoe hij zich op een hete zomerdag in het zweet had moeten werken, terwijl hij in de buurt overal huisvrouwen in de tuin zag. Luchtig gekleed, liggend in een luie stoel, koud pilsje in de hand, waarop hij fijntjes opmerkte: “haj ik poddomme ok má zonne krab!”




donderdag 2 augustus 2012

Gedój um gedeuns


Ik heb er weer een paar:

Gedeuns – gedoe
Ampersant – en passant, in het voorbijgaan
Kleek/kleke – spuug, rochel / spugen
Knozel – steekvliegje
Zuutjes – zachtjes, langzaam

Eerst maar eens over “gedeuns”. Een tijd geleden viel me in dat mijn moeder dat woord regelmatig gebruikte. Ik was er niet helemaal zeker van of dat wel echt Lottums was en legde de kwestie voor aan het adviescollege Lottums: Henk Hendrix en Bernard Driessen. Ze waren het er niet mee eens. In Lottum zeggen ze “gedój”, volgens hen.
Ik was niet overtuigd. Mijn moeder is in Houteze geboren en daar praten ze toch ook Lottums volgens mij en toen ik vorige week Marcel Hendrix,  Henk’s eigen zoon dus, ook “gedeuns” hoorde zeggen, was voor mij de kous af: “gedeuns” hoort op de lijst. Einde discussie.

Ampersant is een verbastering van de Franse uitdrukking "en passant" = in het voorbijgaan. As geej toch nao de slechter got, da kunde ampersant beej d’n bekker ’n pekske broe~d hale.

‘n Kleek is zo’n slijmerige rochel van achter uit de keel, liefst een beetje geel/groenig van kleur. Volgens Henk Hendrix was Pietefien kleekkampioen. Mijn dochter verwent haar kippen soms met stukjes brood of pinda’s, maar Pietefien trakteerde haar pluimvee op kleke. Als ze buiten aardappelen zat te schillen kwamen haar kippen om de beurt een kleek ophalen en smikkelden die smakelijk op.

Knozel: ik kende dat woord niet en ook het beestje niet, maar volgens Jozef van Ingder Hand zijn dat vliegjes die op warme zomeravonden uit de Boenders aan komen vallen en gemeen steken.

Zuutjes: met dank aan Corrie Claessen. Ik speelde afgelopen woensdag tennis met haar op de Kraaienhof en toen ze een bal net uitsloeg zei ze dat ze hem zuutjes had moeten slaan.

zaterdag 21 april 2012

Moeëk


Weer een nieuwe: moêk, of moeëk volgens mijn alfabet: geheime bergplaats. Kijk maar eens wat Leo Peters, alias Leej van de Kapper, me onlangs schreef:


Hallo Paul,
Af en toe zit ik op jouw site en lees allerlei verhalen die ik natuurlijk deels herken.
Vanmiddag zat ik op de verjaardag van mijn kleinzoon, en dan wordt er wel eens over vroeger verteld. Daar kreeg ik het over een echt Lottums woord, moêk.
Dat kwam doordat ik het volgende vertelde:
Ik moest na het tennissen in de hal in Horst de consumpties afrekenen. Blijkt dat ik mijn portemonnee vergeten heb, waarop ik tegen mijn kornuiten zei: geen probleem ik heb nog een moêk in de auto. Een geheim plaatsje in de auto waar ik wat geld had liggen.
Vroeger op de lagere school hadden veel kinderen een moêk. Dat was een geheime plaats in de grond, een gat,  waar je b.v. appels of wat snoep  e.d in verstopte. Dat was een plekje dat mocht niemand weten. En er werd tegenover vriendjes wel eens opgeschept wat je niet allemaal in de  moêk had zitten.
Ik miste de naam moêk in je blogger.
Met vriendelijke groeten, Leo Peters


Leuk om van je te horen Leo, en bedankt voor de moeëk, ik zet hem erbij op de lijst. Ik herinner me het woord wel vaag, maar kan me niet herinneren zelf ooit een moeëk te hebben gehad. Wat zitten  er nog meer allemaal voor geheimen in die moeëk van jou? Durf je het ons te zeggen?


Ik heb Leo al minstens 40 jaar niet meer gezien, maar heb nog wel een foto van hem van een halve eeuw geleden, samen met Piet Hovens en een paar mij onbekende dames. Knappe jongens in hun  nette pak, wit sporthemd en slieps. En sjieke dames in hun zondagse kledjes.


vlnr: ?, ?, Piet, ?, Leo + een anonieme elleboog



zaterdag 10 maart 2012

Het Mededelingenblad


Hey van Gool, kun je niet beter wat research doen voor je zo’n onzin schrijft over het Lottumse Mededelingenblad? Het leeft nog! Het deelt nog steeds mee. Kijk maar eens wat Henk van de Veiling me deze week schreef:

Hallo Paul,
Ik las in je bericht over het mededelingenbord dat het Mededelingenblad heeft moeten plaatsmaken voor www maar het is nog springlevend! Het verschijnt nog steeds wekelijks - op enkele keren in de schoolvakanties na - en heeft blijkbaar nog genoeg abonnees om het verenigingsnieuws gratis te plaatsen. Het kost zoiets van 16 of 17 euro per jaar. Men vertrouwt er ook op dat het gelezen wordt. Mooi voorbeeld is de Harmonie. Die heeft een keurige eigen website met o.a. kalender voor de activiteiten en de voorzitter stuurt minstens 1 keer per week een mail met nieuws maar toch staat de agenda wekelijks in Mededelingen. Het wordt op A3 gedrukt en tot A4 gevouwen.

Sorry Mededelingenblad, en nog een lang en gelukkig leven toegewenst!

En toen ging Henk verder met:


Ik las ook dat je nog steeds Lottumse woorden zoekt. Van Annie van de Pasch kreeg ik een lijstje met oude woorden, ze is geboortig van Sevenum dus is het niet allemaal 100% Lottums vrees ik. Er zullen er zeker bij zijn die je nog niet hebt. Ik heb ze op alfabet gezet:

aechterbôks, aektes, beejjekaar,bôttermelkstötje, drinkestötje, dreksblek, greekduvel, growwelen, haargeschier, huët (van kruiwagen), hetzich, half nammedaag, joerts, kwaakmoel, knabbus, kwikband, kuëven, kárstelt, knabbe, kwag, ligreem, melkstölke, perdsgeschier, pezerik, pimpklökske, pöliezer, poesiezer, rosdook, stoeëtschup, schiethuuske, strontvleeg, schoonwiks, schoesterspoeët,  wazelvot, waershôlt, zekdempel, zichtschôtel, zichtewerf, zeissesnôj, zouwen.

Tsja, wat moet ik daar van zeggen. Annie heeft haar roets in Sevenum, dat is wel duidelijk. Een stötje? Nooit van gehoord. Dreksblek, dat wel. Joerts, kwag en zekdempel ook, die had ik al. Greekduvel, kwaakmoel en wazelvot, daar kan ik me ook wel wat bij voorstellen. Die kwamen in Lottum ook wel voor vroeger, alhoewel niet zoveel als in Sevenum natuurlijk.

Kárstelte, zijn dat die palen die vastzitten aan de burries van zo’n oude paardekar met twee houten wielen en die je omlaag klapt als je het paard uitspant zodat de kar horizontaal blijft staan?

Kar, maar dan zonder kárstelt

Melkstölke - steulke? Is dat zo’n zitje met één poot, dat je bij het melken gebruikt en met een riem onder je kont vastbindt? Melkstoeltje in het ABN?

En Stoeëtschup, is dat de Lottumse stè~kschup? Of onze schoop?

En schiethuuske, dat heette bij ons gewoon het huuske. Dan wisten wij al genoeg.

Strontvleeg = strontvlieg, die tellen we niet mee.

Schoonwiks: ik had al wieks, dat is hetzelfde.

En de rest van de woorden: geen idee. Ik heb vroeger wel gevreejd in Sevenum, maar toen hadden we het toch nooit over kwabbussen en pimpklökskes en zo. Annie moet ze nog maar eens een keer in het Lottums vertalen. Annie: jouw beurt!