maandag 22 augustus 2011

Möpkes (3)

Ben ging beej Groetelaars de winkel binnen en vroog um ’n druëgwors. Hae bekeek ze ’s en rook d’r aan en goof ze terug en zei: “dót meej toch maar lever ’n laeverwors.”
Groetelaars hing de druëgwors terug, pakte ’n laeverwors en goof ze aan Ben.
“Merci”, zei Ben, en leep de winkel oe~t.
“Hey, hey”, zei Groetelaars, “geej hèt nog nì betaald”.
“Ik heb ow toch die druëgwors teruggegaeve?” zei Ben.
“Ma die hedde ok nì betaald!”, zei Groetelaaars.
“Ma die heb ik toch ok nì meigenoame!” zei Ben



Henk ging op de fiets van Houteze noa ’t dörp en woord aangehalde dór de pliessie. “Ik zeej ’t al” zei de pliessie: “gèn veurli~ch,  gèn achterli~ch,  gèn bel, gèn rem, gèn wit spatbord, dát get ow unnen hoeëp geld koste.” “Zal ik ow ’s ennen tip gaeve”, zei Henk, “dalik kump d’r hee enne naeve dae hè~t gaar genne fiets beej zich!”.

Möpkes (2)


Jan noom al joare lang elken daag in zien trummelke ’n bôtram met honing mei noa zien werk.
Op unnen daag zogen zien collega’s dát ie ’n bôtram met kroe~t zoot te èten.

“Wát is d’r thoe~s aan de hand Jan?” vroge ze, “is de beej zeek?”




Pietje zoot op stroat te speule met unnen hoeëp pèrdestroont. Doa kwaam Pieëters, de pliesie aan en vroog: “Wát ziede aan ’t doon Pietje?”  “Ik bin ennem bekker aan ’t make” zei Pietje.
“Woarum mákte genne pliesie-agent?” vroog Pieëters.

En Jantje: “Doa heb ik lang nì genóg stroont veur!”

Möpkes (1)

Piet kump d'n Hook binnen, ’n bietje wit um de neus, en vrug zien kameröj: 
"Hoe groeët is unne pinguin eigelijk?”
Och, zei Thei, “zoe-iets ongevaer” en wees zòwát unne mèter aan.
“Verrek”, zei Piet, “dán heb ik net un begie~n umgereje.”




Leej haj unnen hoeëp zand in zienen ho~f liggen en wooj dae weg hebbe. Wát zal ik doa ’s mei doon, vroog ie aan Hay, zienem buurman.
“Wette wát”, zei Hay, “weej graven ’n gát en goeëien ’t doa in.”
“Prima idee!”, zei Leej, en ze pakte allebei ’n schup en begoossen te spaje, en toen ’t gát groeët genóg waas goeide ze d’n hoeëp zand d’r in: kloar!

Má toen Hay achter zich keek, schrók ie en zei:” verrek, wát is dat? Nou leet doa nòg unnen hoeëp zand.”
“Zidde wál”, zei Leej, “ik hay ok al wille zegge, weej hajjen eigelijk twieë gátter mótte grave.”

zondag 21 augustus 2011

Mìddaag en mìddaa~g

Mìddaa~g – 12 uur ’s middags
(Um)bouwe – (om)ploegen

Mìddaag, met de klemtoon op mìd is het ABN woord middag. Het is een deel van de dag, de periode die begint om 12 uur ’s middags en eindigt bij het vallen van de avond. Maar mìddaa~g, met de klemtoon op daa~g, is een tijdstip, namelijk precies 12 uur ’s middags: het midden van de dag. Een oud Nederlands woord daarvoor is noen (Engels: noon).

Sjang, wette geej hoe laat ut is? 't Is intrint mìddaa~g.

Bouwe en umbouwe betekenen hetzelfde als bouwen en ombouwen in het ABN, maar in Lottum betekent het daarnaast ook ploegen en omploegen. Sjaak hè~t gistere de plak umgebouwd.

zaterdag 20 augustus 2011

Greuzele!

Is er misschien iemand die dat woord kent? Volgens Bernard Driessen betekent het `binnenpret hebben`. `Wát zitte geej dao te greuzele? Òh, ik moos örges aan dinken.`

Ik ken `t woord niet, nooit gehoord. Is het Lottums of Driessens?

Bij Muijsers thuis werd gekneuzeld, bij Driessen gegreuzeld, wat is het volgende? Deuzele? Freuzele? Sneuzele?

Klinkt eigenlijk wel goed: `Zit toch nì zò stóm te sneuzele man!`

Peuzele ken ik wel, maar dat is weer heel wat anders.

Ik zet `greuzele` voorlopig nog even op de wachtlijst, even kijken of er nog meer mensen zijn die het kennen; of er nog meer greuzelaars zijn, voor ik het noteer op de Algemeen Beschaafd Lottumse woordenlijst.

Dus: greuzelaars svp even melden, maar als je denkt dat die Bernard maar wat sneuzelt, dan hoor ik het ook graag.


--------------------------------------------------------------
Ik heb het voor het gemak maar even voorgelegd aan de professor in de Lottumse taal, Henk van de Veiling dus, en die heeft greuzele goedgekeurd. Volgens hem betekent het "grinniken", iets tussen glimlachen en hardop lachen in. En hij gaf me er meteen nog een nieuw woord bij: garepaap, wat "libelle" betekent volgens Henk. Ik kende garepaap wel als een beetje een onschuldig scheldwoord, iets tussen löbbes en klootzak in, maar dat het eigenlijk Lottums is voor "libelle", dat wist ik niet.

maandag 15 augustus 2011

De oogst van mijn zomer in Lottum

Zoals ik al schreef: we zijn weer even in Lottum aan de bron geweest en daar zijn me nog een paar woorden ingevallen cq ingefluisterd.

Aalzelaeve – altijd
Blöke / qualme - walmen, zwart roken
’n Del – ’n aantal
(Neet) duëge – (niet) deugen, (niet) in orde zijn
Intrint – bijna
Schoor – onweersbui
(Zich) spooie - (zich) haasten
Viezele / kneuzele – knoeien, vetzakken

Aalzelaeve: dae Jan van ôs dae haet aalzelaeve ‘n kieps op. Die Tiny die ment ok dat ze aalzelaeve geliek hae~t.

Blöke: ’n kaars waarvan het lont te lang is gaat blöke. Een brandende autoband blökt. Een dieselmotor kan blöke als hij niet goed afgesteld is. En in plaats van blöke kun je ook qualme zeggen, dat betekent ongeveer hetzelfde, dezelfde zwarte rook.

Duëge: is natuurlijk hetzelfde woord als deugen, maar het wordt in Lottum wat anders gebruikt. Als iets of iemand “neet dögt” dan betekent dat niet dat hij of het niet braaf is, maar meer iets in de richting van “dat is niet in orde”.

’n Del: niet zo heel veel, hoogstens een stuk of 10 of zo. Ik heb thoe~s nog ’n del alde guldens in ’n laai liggen.

Intrint: Chrit Peeters  leende me een DVD met de gesprekken die hij had met de Lottumse oud-Indiëgangers en daarop hoorde ik Sjaak van Klompen Dris (Lenssen) “intrint” zeggen. Vreemd dat ik daar niet eerder aan gedacht heb want mijn moeder gebruikte dat woord altijd.’t Is intrint twintig joar geleje dat …..,  Hay gét intrint elke zóndaag nao ’t voetballe kie~ke.

Schoor: ik hoorde Ger Peters, dwz de Brokezer Ger Peters, een neef van de Lottumse Ger van de kapper, dat woord gebruiken. Als er donkere wolken aankomen, je hoort al wat rommelen in de verte, dan komt er een schoor aan.

Spooie is natuurlijk het Nederlandse woord spoeden. Maar in Holland wordt er nauwelijks meer gespoed, terwijl er in Lottum nog dagelijks behoorlijk gespooid wordt.
Netje, spooi ôw ‘s en bietje, anders kómmen we te laa~t. 

Viezele: Leentje, zit nì zo met die bótram te viezelen. Ik kreeg dit woord aangereikt door Jan en Annemie Muijsers. Viezelen en kneuzelen. Viezelen kende ik wel, maar kneuzelen heb ik nooit gehoord.  Bij Muijsers Hay thuis betekende het allebei hetzelfde: knoeien, bijvoorbeeld met het eten dat op je bordje ligt. Zouden het  daar zo’n knoeiers zijn geweest dat ze er twee woorden voor nodig hadden? “Viezele” bijvoorbeeld met een boterham met jam en “kneuzele” als ze met de spruitjes zaten te spelen?
“Vetzakken” zou je misschien ook kunnen zeggen, maar dat had daarnaast vroeger nog een heel andere betekenis. Dat vond stiekem plaats in de bosjes. De opa van een van mijn jeugdvrienden werd “vetzakopa” genoemd, en niet omdat hij met zijn spruitjes knoeide. Over verdere details zullen we het hier maar niet hebben.

Afgelopen juli ben ik 64 geworden en normaal gesproken ben ik aan mijn laatste jaar in Afrika begonnen. Rond 1 juli 2012 hoop ik me als gepensioneerde in Broekhuizen te gaan vestigen en één van de vele dingen die ik me heb voorgenomen om te gaan doen is dit blog een beetje ordenen en reorganiseren en er dan een boekje van te maken. En de opbrengst van de twaalf verkochte exemplaren aan de Houthuizer molen te schenken.

vrijdag 5 augustus 2011

Terug in Kampala

Niet dat het in de krant heeft gestaan of op de televisie is geweest, maar het is in Lottum toch niet helemaal onopgemerkt voorbijgegaan dat we weer even op bezoek zijn geweest. Ik heb Chrit Peeters getroffen, Frans Gommans, Henk Martens, Jan Clevers, Henk Hendrix (en hun dames natuurlijk: Annemie, Ria, Christien, Mia en Nelly) en bijna Mari Clabbers, die tegenwoordig Marc heet en in Grubbenvorst woont, de overloper. Grubbenvorst, rijmt op Bubbelworst. Dat was toch de vijand vroeger? Ik weet het, de tijden veranderen, we  moeten vrienden zijn tegenwoordig en men zegt dat de tijd alle wonden heelt, maar wat deed het pijn vroeger als RKLVV weer eens verloor van RKGFC.

Met mijn oude jeugdvriend René Breukers heb ik getelefoneerd en gemaild over de reünie van onze lagere schoolklas die hij al een paar jaar lang aan het voorbereiden is (zullen we eens op 2012 mikken René?).

Waar we ook erg van genoten hebben: we mochten ’s woensdagmorgens meetennissen op de Kraaienhof met Chrit en Jessy, Chène en Paula, Leej, Pierre, Hem (bij wie we ook thuis een gezellige middag hebben doorgebracht), Sef, Piet, Engelien, Sjef en nog een heel stel andere topsporters. Bedankt jongens en meisjes, dat was erg gezellig. Tot volgend jaar.

We hebben eindelijk ook eens de Houthuizer molen van binnen gezien en zijn daar rondgeleid door Henk Martens en Jeu (Kuëb) Vergeldt. Dat was erg interessant en gezellig, niet in het laatst vanwege de lekkere koffie en molenkoek, geserveerd door mijn kleine nichtje, Mieke Vorstermans – Nijssen.


Op de 31ste verjaardag van mijn nichtje Ankie hebben we in de Kroe~tpers feest gevierd met diverse Nijssen en Versleyen familieleden en hun vrienden en vriendinnen.

Bij Jan en Annemie Muijsers zijn we op bezoek geweest naar aanleiding van de gedichtenwedstrijd van een tijd geleden op dit blog en met Noud Keltjens en Jan van Horck hebben we even bij d’n Hook op het terras wat bij-geouwehoerd. Peter van Bakkese Wiel heb ik op straat getroffen, Bart Seuren heb ik even gesproken en Sjaak van Klómpen Dris en Riek Clabbers heb ik getroffen in de supermarkt van Paul Keltjens in Brokeze.

Een aantal geëmigreerde Lottummers die ik ontmoet heb: Arie Snellen, Chène Vergeldt, Jan van Deelen, Bernard Driessen en niet te vergeten Marjan van d’n Edah.

Een nostalgische ervaring was het bezoek aan het pand van Lozeman, waar, behalve de winkel, niets meer terug te vinden was van het huis van Harrie en Gretha Jonkers, mijn oom en tante.

Een leuke ervaring was het contact met Leon Nelissen uit Venray, die een paar stukjes uit mijn blog gebruikt heeft om de 85ste verjaardag van zijn moeder, Mil Keiren, op te vrolijken.

Minder uitbundig was het bezoek aan Ger en Nel Peters, waarbij ik, een wonder daargelaten, afscheid heb genomen van Nel. Als jullie dit lezen: allebei veel sterkte toegewenst.

En bij al deze ontmoetingen zijn me weer diverse mooie oude Lottumse woorden ingevallen of ingefluisterd, maar daar zal ik een dezer dagen op terugkomen. Ze staan al in de lijst.

Erg leuk om weer eens in Lottum te zijn en die mensen te ontmoeten en ik kijk al uit naar 1 juli van volgend jaar, als ik met pensioen ga en we ons voorgoed in de buurt komen vestigen.